Op 13 maart 2020 sprak de Hoge Raad zich uit over de inkomensafhankelijke combinatiekorting in het geval van co-ouderschap. De Hoge Raad past de definitie van co-ouderschap ruimer toe dan tot op dat moment in de praktijk werd aangenomen door de belastingdienst. Indien de zorg gelijk wordt verdeeld in een duurzaam ritme dan hebben beide ouders recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting. Dit betekent dat mogelijk meer co-ouders recht hebben op inkomensafhankelijke combinatiekorting.

De voorwaarden voor het recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting zijn:

  • In het geval van co-ouderschap, waarbij ouders de zorg min of meer gelijk hebben verdeeld, kan de ouder waarbij het kind niet staat ingeschreven mogelijk tóch recht hebben op inkomensafhankelijke combinatiekorting. Deze ouder dient dan aan de definitie van co-ouderschap te voldoen.
  • Dit kind moet jonger zijn dan 12 jaar;
  • Het kind staat tenminste zes maanden in een kalenderjaar ingeschreven op het woonadres. Na de uitspraak kan het dus ook zijn dat de andere ouder waar het kind niet ingeschreven staat ook recht kan hebben op inkomensafhankelijke combinatiekorting;
  • Het arbeidsinkomen is hoger dan een bepaald vastgesteld bedrag of de aanvrager komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek;
  • De aanvrager is alleenstaand en deze werkt óf;
  • De aanvrager heeft een fiscale partner, beide werken en de aanvrager heeft het laagste arbeidsinkomen.

Het kan zijn dat er in het verleden inkomensafhankelijke combinatiekorting is geclaimd, maar door de Belastingdienst is afgewezen. Indien de behandelde jurisprudentie nieuw licht werpt op individuele gevallen, kan er een verzoek om ambtshalve vermindering worden ingediend bij de Belastingdienst. Inmiddels heeft de belastingdienst op haar website onderscheid gemaakt tussen de situatie tot 13 maart 2020 en de periode daarna. Voor de periode vóór 13 maart 2020 wordt door de Belastingdienst de strikte definitie aangehouden. Een andere mogelijkheid is dat er geen inkomensafhankelijke combinatiekorting is geclaimd omdat niet aan definitie werd voldaan, maar dat op grond van de uitleg in de jurisprudentie er mogelijk toch aanspraak kan worden gemaakt op de heffingskorting. In die gevallen kan nog, tot vijf jaar terug, een gecorrigeerde aangifte worden ingediend.

Wilt u ook graag weten of u hiervoor in aanmerking komt? Neem dan contact op met Echt-Scheidingsadvies, tel. 06-15087196.